Anthracnose bij bonen
Kenmerken van de ziekte
Op alle bovengrondse delen van de bonenplanten ontstaan onregelmatig ronde, bruine vlekken, die op jonge peulen ingevallen zijn, met een donkerdere, roodbruine en verheven rand. De vlekken worden geleidelijk groter en lopen soms in elkaar over. Op oudere peulen ontstaan kleine, onregelmatige vlekjes, die een typisch gespikkeld patroon vormen. Op de vlekken ontwikkelen zich in concentrische cirkels donkere, zeer kleine vruchtlichamen. Vanuit de peulen dringt de schimmel door naar de zaden, waarop gele, geelbruine tot roodbruine vlekken ontstaan. Op aangetaste bladeren zijn naast de vlekken ook de nerven aangetast, die samen met het omliggende weefsel bruin worden en afsterven. Sterk aangetaste bladeren verdrogen en sterven af, maar vallen niet af en blijven aan de planten hangen.
Beschermingsmaatregelen
De eerste behandeling wordt aanbevolen bij het verschijnen van de echte bladeren en, afhankelijk van de weersomstandigheden, is het raadzaam de behandeling één tot twee keer te herhalen met een tussenpoos van 10 tot 14 dagen. Het is belangrijk om de onderkant van de bladeren te behandelen.
.jpg)
